Het schone bewonderen,
het ware behoeden,
het edele vereren,
het goede besluiten:
zij voeren de mens
in leven tot doelen,
in daden tot juistheid,
in voelen tot vrede,
in denken tot licht,
en leren hem vertrouwen
op goddelijke leiding
in al wat bestaat:
in wereld-al,
in zielengrond.
Rudolf Steiner
*****

Maren Glockmann
‘Want machtig werkt de Christus-wil alom
In de wereldritmen zielen begenadigend’
***

Gerhard Reisch
Overal rijst Christus uit de aarde op
zie zijn wijzende gebaren
in de kleuren, luchten, stenen,
stralend, klinkend, sprekend, liefdevol schijnen!
Zoals de steen hem uit het graf voortbrengt,
zoals de wolk hem naar de hemel voert
zoals de lucht zijn woorden spreekt
zoals de kleuren zijn blikken dragen!
Hef jezelf op, mens, uit je val!
Stijg via de regenboog de ruimte in,
grijp maansikkel en zonneschijf!
Bouw daarmee aan je sterfelijke lichaam!
Albert Steffen
(vert. HdW)
Überall steigt Christus aus der Erde
siehe seine weisende Gebärde
in den Farben, Lüften, Steinen,
leuchtend, tönend, sprechend, liebend scheinen!
Wie der Stein ihm aus dem Grab gebärt,
wie die Wolke ihn gen Himmel fährt
wie die Lüfte seine Worte sagen
wie die Farben seine Blicke tragen!
Heb dich, Mensch, empor von deinem Fall!
auf dem Regenbogen steig ins all,
Mondessichel fass und Sonnenscheibe!
Bau damit an deinem Sterbeleibe!
***
Rijke Bijbel van Toledo, 13e eeuw
Clemens van Alexandrië (ong. 150 – 216 n. Chr.):
‘De Zoon van God is niet verdeeld, niet gescheiden, niet van de ene plaats naar de andere wisselend, maar overal altijd aanwezig en nergens omgrensd, geheel Geest, geheel vaderlijk Licht, geheel Oog, alles ziend, alles horend, alles wetend, met macht de machten doorgrondend.
Het hele leger van engelen en goden is aan hem onderworpen, aangezien hij als de Logos van de Vader de heilige wereldregering bekleedt, ‘door de wil van Degene die haar aan hem onderwierp’ (Romeinen 8:20).
Daarom behoren alle mensen tot hem, maar de een door kennis, de ander nog niet; de een als vriend, anderen als trouwe dienaren, weer anderen gewoon als dienaren. Hij is de leraar die door mysteriën de gnosticus opvoedt, door goede hoop de gelovige, door corrigerende tucht en zintuiglijke werkingen de hardvochtige.’
in Hans-Werner Schröder: ‘Der kosmische Christus’ (vert. HdW)
***
Joseph Beuys
‘Christus beperkt zich niet tot deze historische gebeurtenis, maar is een kracht, een goddelijk-menselijke kracht, die even in de historische context terechtkomt. Dit beeld van Christus kan vandaag de dag immers niet meer met het uiterlijke oog worden waargenomen, maar moet met het innerlijke oog worden waargenomen. En in dit innerlijke oog wordt zichtbaar wat er van de opstanding van Christus is geworden. Die is immers niet zomaar verdampt of op de een of andere manier verdwenen.
De vraag is toch: waar is hij nu? Wie leert kijken met het innerlijke oog, ziet dat hij er allang weer is, niet meer in fysieke vorm, maar in de vorm van een substantie die onzichtbaar is voor het uiterlijke oog.‘
Joseph Beuys (1921 – 1986) in gesprek met Friedhelm Menneke (vert. HdW)
***