Het schone bewonderen,
het ware behoeden,
het edele vereren,
het goede besluiten:
zij voeren de mens
in leven tot doelen,
in daden tot juistheid,
in voelen tot vrede,
in denken tot licht,
en leren hem vertrouwen
op goddelijke leiding
in al wat bestaat:
in wereld-al,
in zielengrond.
Rudolf Steiner
*****
Leonardo da Vinci ~ Johannes
Door de feestgebeden richten wij ons tot Johannes als ‘engel van het inzicht’. In zijn school van nederigheid en bescheidenheid kunnen wij leren onze zin te veranderen en ons bewustzijn van Christus te doen ontwaken. In plaats van ‘Gij zijt Christus’ kunnen we ook zeggen: ‘Gij zijt de zon’. Christus is de zonnegod en de mensengod. Op een ongekende manier verbindt hij het hemelse rijk en het aardse rijk, die gescheiden waren, maar bij elkaar horen.
In de stralen van de geestelijke zon, die al het leven op aarde mogelijk maakt, trok Christus de aardse wereld binnen. Christus, het hoge zonnewezen, is ‘het hart van God’ (Jakob Böhme). De mensheid ontvangt een nieuw hart. Het Christus-zonnehart begint in haar te kloppen. Maar wie heeft begrepen dat de Christus zich op de geestelijke zonnestralen met de aarde verenigt, haar kosmisch in zijn armen heeft gesloten? Johannes is de grote menselijke boodschapper van God. Zijn ziele-geestwezen oversteeg zijn fysieke lichaam verre en maakte het hem mogelijk om zonder enige tussenkomst dicht bij God te zijn, in een tijd waarin het ziele-geestwezen van de mens zich al steeds meer samentrok om in de mens het aardse ik-bewustzijn te doen ontwaken.
Günther Dellbrügger, in ‘Im Herzland’ (vert. HdW.)
***

David Newbatt
In deze schone wereld wil ik niet sterven,
maar leven te midden van de mensen,
een plaats vinden in dit zonlicht,
in bloeiende wouden, in het hart van al wat leeft.
Onophoudelijk spelevaart over heel het aardrond
het leven met zijn steeds weerkerende golven
van verbintenis en scheiding, lach en traan.
(…)
Rabindranath Tagore – in ‘Tagore – een testament’
***
Rijke Bijbel van Toledo, 13e eeuw
Clemens van Alexandrië (ong. 150 – 216 n. Chr.):
‘De Zoon van God is niet verdeeld, niet gescheiden, niet van de ene plaats naar de andere wisselend, maar overal altijd aanwezig en nergens omgrensd, geheel Geest, geheel vaderlijk Licht, geheel Oog, alles ziend, alles horend, alles wetend, met macht de machten doorgrondend.
Het hele leger van engelen en goden is aan hem onderworpen, aangezien hij als de Logos van de Vader de heilige wereldregering bekleedt, ‘door de wil van Degene die haar aan hem onderwierp’ (Romeinen 8:20).
Daarom behoren alle mensen tot hem, maar de een door kennis, de ander nog niet; de een als vriend, anderen als trouwe dienaren, weer anderen gewoon als dienaren. Hij is de leraar die door mysteriën de gnosticus opvoedt, door goede hoop de gelovige, door corrigerende tucht en zintuiglijke werkingen de hardvochtige.’
in Hans-Werner Schröder: ‘Der kosmische Christus’ (vert. HdW)
***